Nieuwjaarstoespraak burgemeester Van Dijk

Lees hier de nieuwjaarstoespraak van burgemeester Piet van Dijk, 10 januari 2018.

Dames en heren, 

Welkom in uw gemeentehuis. Ik waardeer het enorm dat u allen bent gekomen.

Uit onze dorpen, namens de vele verenigingen die we rijk zijn, namens dorpsbelangen, of de dorpshuizen, vertegenwoordigers van uiteenlopende besturen en organisaties, ondernemers, mensen van de brandweer, politie, en raadsleden, medebestuurders van onze gemeenten in Drenthe. Wat geweldig dat u er allemaal bent om elkaar nieuwjaar te wensen en de hand te schudden.

Eergisteren is het programma RTL 4 Editie NL speciaal naar ons afgereisd om te zien hoe we dat in onze gemeente doen. Hoe wij de handen schudden. Ze hebben opnames gemaakt tijdens de nieuwjaarsreceptie van onze organisatie. Kennelijk wordt de wijze waarop wij hier elkaar de hand geven als voorbeeld gezien voor de rest van ons land. Dat zou overigens op meerdere en interessantere terreinen het geval kunnen zijn. Ik kom daar straks op terug.

Ik hoop dat u allen van de afgelopen weken heeft genoten en een fijne tijd heeft gehad. Kerst en de viering van oud en nieuw is vaak een heerlijke tijd. Een tijd van rust en bezinning, van elkaar weer echt ontmoeten. Tijd voor elkaar te hebben. Een tijd ook van nieuwe voornemens. Ik wil om te beginnen een persoonlijk voornemen met u delen. 

Ik heb mij voorgenomen dit jaar meer te gaan eten.

Het is een wat afwijkend voornemen, maar ik wil dat uitleggen. Ik heb bij mijn installatie gezegd dat u geen druk Twitterende burgemeester krijgt. Omdat ik hecht aan het werkelijke contact tussen mensen, meer dan aan het digitale. Ik ben, zo heb ik toen ook gezegd, meer gesteld op de werkelijke ontmoeting. Dit, omdat daarin meer verdieping plaatsvindt en we ook de schaduwkanten steeds meer zien van de ontwikkeling van sociale media. 

En wat schetst mijn verbazing: in de Kersttoespraak zei onze Koning precies hetzelfde. Ook hij had het over het belang van de echte ontmoeting en wees op de gevaren van sociale media. Ik wil daarmee niets suggereren als het gaat om de vraag waar de Koning voor de tekst van de Kersttoespraak zijn inspiratie vandaan haalt, maar dit is natuurlijk geen toeval. 

Inmiddels Twitter ik, niet heel druk, dat had ik gezegd. Maar het gebeurt en ik heb nu voor het organiseren van de werkelijke ontmoeting het volgende bedacht. Ik laat me, door eenieder die dat wil, uitnodigingen om te komen eten. Om aan uw keukentafel gesprekken te voeren over alle onderwerpen die u van belang vindt.

De inspiratie daarvoor heb ik onder andere opgedaan door de dorpssoep in Rolde en de dorpsmaaltijd in Eexterveenschekanaal waaraan ik zondag mag meedoen, maar ook door het feit dat ik zelf niet kan koken en wel een beetje klaar ben met de kant-en-klaarmaaltijden. Zo eerlijk moet ik ook zijn. Ik beloof u dat ik de volgorde waarin ik langs kom niet uitsluitend bepaal op basis van het aangeboden menu. Maar voor de duidelijkheid: ik lust geen kaas. 

Ik hoop dat ik bij u langs mag komen om u te ontmoeten, om een bijzonder moment met u te mogen delen en een mooi gesprek met u te voeren zodat ik me kan verdiepen in de dingen die u bezig houden. Het is ook mijn manier om enig tegenwicht te bieden aan een ontwikkeling waarover ik mij zorgen maak. Het gebrek aan inhoudelijke verdieping en de toenemende snelheid waarmee tot een oordeel wordt gekomen. Er wordt steeds sneller en scherper geoordeeld, vaak slechts op basis van een zeer beperkt aantal berichten in de media of zelfs al enkel en alleen op grond van een paar karakters. Maar ik vind het juist van karakter getuigen als men de moeite neemt ook op zoek te willen gaan naar de andere kant van het verhaal. Er is geen licht zonder donker, geen schaduw zonder zon, geen zwart zonder wit. Er is altijd een andere kant. En als ik dit zeg, hebben we allemaal wel een voorbeeld in ons hoofd waarbij we weten dat een inhoudelijke verdieping tot een genuanceerder oordeel zou hebben geleid of zal leiden.

Laten we ons best doen om met zijn allen ook voor de andere kant van  de werkelijkheid zoals hij ons wordt gepresenteerd  open te blijven staan, of nog beter: daar ook actief naar op zoek te willen gaan.  

Dames en heren,

Het wordt een bijzonder jaar.  Om te beginnen omdat onze gemeente dit jaar 20 jaar bestaat! Dat gegeven roept de vraag op: hoe we er als gemeente Aa en Hunze voor staan?

Met de gemeentelijke herindeling in 1998 is ons verhaal begonnen. Ik durf de stelling wel aan, dat als we daarop terugkijken, we met trots kunnen vaststellen dat dat deze herindeling een succesverhaal is geworden. En dat is dankzij jullie. Want waar we nu staan is door jullie allen tot stand gebracht. En daar mogen we trots op zijn.

De vier gemeenten van toen hebben een bestuurlijke eenheid gevormd die er zijn mag. Laat ik beginnen - in dit jaar waarin we weer naar de stembus mogen - met de conclusie dat we hier in Aa en Hunze een politiek stabiel bestuur hebben.  En dat we een bestuurlijke schaal hebben die maakt dat onze politici, ons bestuur en onze organisatie toegankelijk en benaderbaar zijn. We kennen elkaar en weten elkaar eenvoudig te vinden en te ontmoeten. Dat is een groot goed. 

We zijn in Aa en Hunze door de manier waarop wij met onze democratie omgaan, in staat om verschillen te overbruggen. Dat kunnen we door goede verhoudingen en de aanwezigheid van de gunfactor. Er is een luisterend oor voor elkaars standpunten. En als dat de cultuur is, dan ben je je dat vaak niet zo bewust, maar geloof me, dat is niet overal zo.

Er is in onze democratie ruimte om als raad en bestuur in overleg met inwoners besluiten te nemen en als nodig een koers te ontwikkelen, zoals gedaan is in  2009 en 2015 met de toekomstvisie voor onze gemeente. Ik hecht zeer aan een dergelijke gemeenschappelijke koers om vandaar uit op onderdelen verder invulling daaraan te geven.

Ik heb in mijn introductieperiode gezien dat daar met succes op allerlei mogelijke manieren is en aan wordt gewerkt. Bijvoorbeeld via het fenomeen van de themajaren. Denk aan Cultuurlijk Aa en Hunze, het sportjaar of het jaar waarin duurzaamheid centraal stond, ontspanning, of ondernemend van Aa tot hunZe en het aflopen themajaar, Dorpen van Aa tot hunZe. Wethouder Heijerman zal daar straks met u bij stil staan. Met diverse inwoners hebben we intensief samengewerkt aan de resultaten en zijn er fantastische evenementen georganiseerd waar onze gemeente ook bekend om staat. We staan er goed voor.

En dat betekent dat we een geweldige uitgangspositie hebben ten opzichte van onze uitdagingen.

Als het gaat om de uitdagingen, dan zij we daarin als gemeente niet uniek. Evenals veel andere plattelandsgemeenten worden ze bij ons in hoge mate bepaald door demografische ontwikkelingen.

Een dubbele vergrijzing: ouder wordende inwoners en jongeren die naar de steden trekken voor opleiding en werk en als gevolg van deze bewegingen de uitdaging om bij ons de voorzieningen op peil te houden, de buurtwinkel, de school, het dorpshuis, de sportclub. Maar als het gaat om de kansen die wij hebben om die uitdagingen tegemoet te treden zijn we wel buitengewoon. Want die trek naar de stad biedt ons op korte of lange termijn kansen.

Nu al wordt pijnlijk duidelijk wat er allemaal nodig is aan infrastructurele investeringen in de Randstad als die woningbouwopgave alleen daar moet worden gerealiseerd. Dat zal niet kunnen. En duidelijk is ook dat de Randstedelingen hun ontspanning nodig zullen hebben. Die kan hier worden gevonden. 

De komende 10 tot 15 jaren hebben de babyboomers die nu als generatie met pensioen gaan, en een redelijk vermogen hebben, behoefte aan recreatie en ontspanning. Daar zullen we van kunnen profiteren. Tegen die achtergrond kunnen we onze belangrijke economische toeristische en recreatieve sector vernieuwen en samen met de daarin actieve ondernemers nieuwe perspectieven ontwikkelen.

En als ik tijdens mijn eerste 100 dagen in Aa en Hunze ergens van onder de indruk ben geraakt, dan is dat van de kracht van onze gemeenschap. De Koning sprak in 2013 in zijn eerste Troonrede over de participatiesamenleving. Maar die samenleving draaide hier toen al op volle toeren. U kent zelf vast veel betere voorbeelden daarvan, maar de binnensportvoorziening in Grolloo was als 20 jaar eerder door eigen initiatief en in samenwerking met het dorp zelf tot stand gekomen. In P10 verband, dat is een samenwerkingsverband van plattelandsgemeenten, wordt jaarlijks een prijs uitgereikt voor het meest innovatieve project. Het is niet voor niets dat twee van de drie genomineerden voor die prijs uit Aa en Hunze kwamen.  

RTL kwam om te bezien hoe wij hier handen schudden, maar als ons land wil zien hoe de participatiesamenleving waar onze Koning het over had bedoeld is, zijn ze hier welkom. Hier ligt de kracht in onze samenleving. Hier ligt de kracht in onze dorpen. Daar komen de meest interessant initiatieven van de grond. Initiatieven die erop gericht zijn om te voorkomen dat ouderen vereenzamen zoals in Rolde, en dat er gecoördineerd zorg tot stand komt voor de eigen inwoners, zoals in Grolloo, of de huiskamer in Gasselternijveen of de inloop in Annen.

Ik ben in diverse dorpshuizen geweest die door inwoners beheerd, gebruikt en onderhouden worden. Onlangs waren we met College bij ’t Pad in Gasteren en als je dan ziet welke kwalitatieve voorziening dit dorp van ongeveer 400 inwoners in staat is om te exploiteren is dat buitengewoon. Ik denk ook aan de dorpswinkel die met steun van inwoners in Gasseltenijveen na een korte sluiting weer is geopend en aan de initiatieven die gericht zijn op het onderhoud van groen in de wijken en dorpen of alle geweldige evenementen die hier plaatsvinden. De Superprestige, de veldlopen, de Etstoel, het Bluesfestival met de komst van Ringo Star, en ik realiseer me dat wanneer ik alleen deze noem er straks op zal worden aangesproken dat ik vele niet heb genoemd waar we ook trots op zijn.

Dit alles toont een enorme kracht: in de dorpen, in de gemeenschap. En dat biedt een geweldige uitgangspositie als het gaat om behoud van leefbaarheid. Leefbaarheid wordt immers niet gedefinieerd in termen van hoeveelheid aan voorzieningen, maar als de mate waarin men in staat is om met elkaar  dat wat nodig is tot stand te brengen.En dan is de conclusie dat we buitengewoon levensvatbare dorpen hebben. 

Het verder stimuleren van die ontwikkeling in het licht van de genoemde participatiesamenleving vraagt in grote lijnen drie dingen van ons waar ik me ook persoonlijk  voor in wil zetten  

  1. Dat we de werking van onze democratie nog meer op dit participatiemodel toesnijden
  2. Dat onze gemeentelijke organisatie zich ontwikkelt, meer in de richting van een faciliterende overheid.
  3. Dat we bij onze ontmoetingen en de initiatieven die we verder willen brengen tegelijkertijd deze twee genoemde uitdagingen realiseren omdat ze elkaar kunnen versterken

Ik begin met de ontwikkeling van onze democratie:

Ons hoogste orgaan, de gemeenteraad zal in een eerder stadium van de verschillende processen zijn kaderstellende rol moeten vervullen. Daarbij zal het minder over de inhoud gaan, maar meer over het te doorlopen proces en de manier waarop we het organiseren. De kaderstellende rol van de raad zal aan de voorkant van het proces ook globaler op inhoud zijn. In de rol van faciliterende overheid moeten we als gemeente u als partners meer ruimte bieden. Het resultaat zal aan de voorkant zal minder concreet zijn en het moet aan die voorkant ook duidelijk zijn welke ruimte de politiek biedt om tot oplossingen te komen. Het gesprek over die andere invulling van de verschillende rollen die de gemeenteraad vervult wil ik graag nog met deze raad en dus nog voor de verkiezingen beginnen, omdat de kennis en ervaring die er nu nog is daarvoor goed van pas komt. Met de nieuwe raad kunnen we dan concretere stappen daarin zetten.

Met het tweede aspect, de ontwikkeling van onze gemeente als faciliterende overheid zijn we intensief bezig via het organisatieontwikkelingsprogramma Aa en Hunze stroomt. Die ontwikkeling kan het beste vorm worden gegeven door het bieden van meer handelingsvrijheid en andere vaardigheden in de dagelijkse praktijk werkendeweg toe te passen. En een klimaat waarin men zich ook veilig voelt te mogen ontdekken hoe het ook kan. Daar ligt voor ons als bestuur een belangrijke verantwoordelijkheid.

En ook daarvoor is het derde aspect, de ontmoeting en het ontstaan van initiatieven, van groot belang. Laat ik ter illustratie daarvan beginnen met mijn ontmoeting gisteravond met de Lions. Dat was een groot genoegen. Daar komt een aantal zeer betrokken mensen bij elkaar die vanuit geheel verschillende achtergronden met het hart op de goede plaats betekenis willen hebben voor onze samenleving. Mensen die, juist omdat ze die verschillende achtergronden hebben, elkaar iets te bieden hebben. Het was even zoeken naar een gemeenschappelijk doel, maar toen die gevonden was wist men in zeer korte tijd elkaar te ondersteunen en werden de verbindingen snel gevonden en gelegd. Ieder vanuit de eigen achtergrond en het eigen netwerk. En dan zie je wat in korte tijd tot stand kan komen als de ontmoeting op een goede manier plaatsvindt en de bereidheid bestaat een bijdrage te leveren.

Dat is wat wij als overheid met u willen. In de ontmoeting bezien wat wij vanuit die rol als faciliterende overheid voor u kunnen betekenen. Al doende, al werkende-weg. Het gaat er immers om dat we van en met elkaar leren, samen komen tot oplossingen, door te doen. Door aan te pakken, ook al weten we niet altijd hoe het uitpakt. 

Dit is een verandering waar u soms verder in bent dan wij als overheid. En daar waar wij veranderen, en leren, moeten we soms toegeven dat we het als overheid nog niet altijd goed doen. Of dat er iets minder goed lukt. Ook dat hoort erbij.

Ik wil me inzetten, niet alleen voor de drie afzonderlijk genoemde uitdagingen,

  • de ontwikkeling van onze democratie
  • die van onze organisatie
  • en van ons participatiemodel en het organiseren van onze ontmoetingen,

maar juist ook voor de samenhang en de verbindingen hiertussen.

Het gaat erom dat we met de stevige basis die we hebben, met kleine stappen deze uitdagingen gezamenlijke tegemoet treden. Klein is immers het nieuwe groot. En besturen als vak wordt daarmee de kunst om kleine beweging in het grote geheel te zien en te plaatsen.

Laten we dat gezamenlijk doen. Elkaar daarin ondersteunen, inspireren en blijven ontmoeten. Laten we daarover het gesprek blijven aangaan, en naar elkaar luisteren. Gemeenschappelijke begrippen daarvoor ontwikkelen. Elkaar verstaan en versterken.

Ik hoop u daarin te ontmoeten en met u allen Aa en Hunze elke dag een beetje mooier te mogen maken.

Ik wens ons daarmee succes en u allen een goed en gezond 2018!