Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home   Opening cultuurjaar 2011

Opening cultuurjaar 2011

Gedichten geschreven en voorgedragen tijdens de opening van het cultuurjaar te Schipborg, donderdag 13 januari 2011.

OH AA

 

(onder ons/onder anderen)

 

 

 

(Na Aa en Hunzelied):

 

 

 

Het ruimt op

 

het ruimt in

 

ruimte alom

 

waarbinnen de C

 

aan komt drijven

 

 

 

Kinderstemmen

 

dwalen over het water

 

roepen leven wakker

 

laten leven opstaan

 

blazen leven in

 

zingen van wat en waar

 

als kabbelende

 

betoning

 

beweging

 

bestemming

 

mengen zich met andere stemmen:

 

"Word, wees en blijf wakker"

 

 

 

een jaar dat gaat spreken

 

een jaar dat van zich laat horen

 

een jaar waar sprake van is

 

een jaar uitgesproken als:

 

C van Cultuurlijk

 

C van genieten

 

C van weergeven

 

 

 

een jaar waarover gesproken zal worden

 

een spraakrijp jaar

 

 

 

(Na Project Zwanemeer):

 

 

 

Zwanen zwemmen aan

 

zetten voet aan wal

 

vinden plaats

 

hopen ze

 

vermoeden ze

 

zoeken ze

 

gaan hun weg

 

zetten voet aan wal

 

op deze wal langs de Aa

 

ze kibbelen

 

ze kabbelen

 

ze gaan voort op de weg

 

wie weet ging Berend Botje hen voor

 

en genoten ze een maaltijd met Bartje

 

na te hebben gebeden

 

borden op tafel gevuld met gerechten

 

uit het innerlijk kookboek

 

  

 

Zwanen kleven aan

 

zwanen blijven aan elkaar plakken

 

zwanen staan op water

 

zwanen zoeken plaats

 

zwanen zoeken later

 

gaan aan ons voorbij

 

 

 

(Na Hunzekoor):

 

 

 

Trommelstemmen:

 

AafrikAa

 

speelt zich af

 

in het zicht

 

in het gehoor

 

een lied van ver

 

klinkt hier

 

in de natuur

 

spreekt van vertrouwen

 

spreekt van hulp

 

wanneer je vraagt en aanneemt

 

 

 

Stemmen trommelen

 

een ritme

 

van hartslag

 

over het water

 

in deze natuur

 

waar het licht tovert wat zichtbaar

 

waar stemmen zingen over onze hoofden

 

in onze harten

 

andere cultuur in deze cultuur

 

om te verrijken

 

om de stem ruimer en verder te laten klinken

 

zodat het dichtbij komt

 

zodat het aan gaat spreken

 

zodat het uit gaat spreken

 

van JA! naar de Aa

 

van JA! naar de C

 

van JA! naar mij, naar jou, naar ons

 

van JA! allerwegen

 

van JA! ongezwegen

 

 

 

(Na Walkyre, Hek van de Dam en Bombari):

 

 

 

Op weg naar wat was

 

onderweg in wat is

 

werelden glijden inelkaar over

 

spreken elkaar aan en uit

 

vinden elkaar aan tijd voorbij

 

keren weer   keren om

 

gaan verder   laten achter

 

aanschouwen en zien in

 

ogen open en kijk maar

 

waar zij vandaan gekomen

 

wilde tonen wat mensen kunnen

 

wanneer ze zouden willen

 

 

 

ook zij liet achter

 

wat ze samen in leven riepen:

 

nieuw leven

 

dat dwalen gaat

 

dat antwoorden weeft

 

rond mysteries

 

rond offers vanuit angst

 

een roep om wie we zijn

 

waar we zijn

 

waarom we zijn -

 

hier zijn we

 

aan het water

 

als water, stromend door alle tijden

 

 

 

fiedefiedefiets

 

halsbrekende toeren

 

bloed en water

 

stromen

 

lijf en leden

 

vormen

 

wielen rond en rond

 

samenspel

 

touwen zoemen

 

verbinden

 

sprong in sprong uit

 

landen op beide voeten

 

op aarde

 

klimmen in een stellage

 

de klim

 

de klim naar boven

 

bindingsdans

 

en weer neer

 

fiedefiedefiets

 

verder met de stroom

 

 

 

(Na de Eastermoorsingers):

 

 

 

Verse stemmen glijden

 

uit een kapsalon

 

zingen leeftijd onder ogen

 

plaatsen kanttekeningen en beloftes

 

zingen van trouw

 

zingen van "Heb ik jou

 

daar, ben jij hier, sta je stil

 

langs het water, aan het water

 

zeg eens: Aa"

 

 

 

Verse stemmen glijden

 

roepen op

 

roepen aan

 

stemmen af

 

stellen voor

 

stromen mee

 

verder en voort

 

 

 

 

 

(Na "Ode aan de Aa"):

 

 

 

Een lied klinkt

 

een ritme rolt zich af

 

stem weeft woorden

 

onder de wolken

 

waar dit landschap

 

waarin deze stroom

 

waarin dit water naar de C

 

met de wind

 

door de bomen

 

wiegende, dansende bomen

 

een streling in het blikveld

 

over het water

 

dit stromende water

 

dit kronkelende water

 

deze loop der dingen

 

mensen rondom

 

vrij-uit

 

en door borden gewezen

 

een handomdraai

 

een vleugelslag

 

een koe die verte spreekt

 

een land dat leven smeekt

 

een boer die het hoofd breekt

 

 

 

een lied klinkt

 

een zomeravond aangebroken

 

 

 

(Na de PeerGroup):

 

 

 

Het laand geeit an kaant

 

het laand geeit op de schup

 

het laand wordt een laand

 

veur welbevinden

 

veur welvaort

 

 

 

De boer is een dood peerd

 

aachter de waogen

 

zo lek het, zo maokt ze oous wies

 

het hef almaol zien pries

 

het leven kleurt gries

 

under haanden van wel prittendeert

 

van veuroetgaang te weeiten

 

overaal de graoperige haanden

 

overaal de mooi-praoterij-zeeikte

 

met leugens um kwaodwil

 

 ze kniept zich in de haanden

 

ze kniept katten in het duuster

 

maor: luuster heur ij dat gefluuster

 

anzwellend over de stroom:

 

Aaaaaaaaa, het laand wodt wassen,

 

het laand keert weerum

 

het laand geeit weer leven

 

Aaaaaaaaaa, de meensen zeeit weer in 

 

de méensen nemt een keer

 

de méensen weeit het weer

 

 

 

Aaaaaaaaaaaa, stroom weer vrij

 

stroom schier deur de dreven

 

stroom naor de C

 

laot oous beleven

 

Aaaaaaaaaaaaaa

 


Uitgelicht


Zoeken