Het landschap
wacht nog af
met gretige ogen
de Drentsche Aa stroomt
nieuwsgierig kijkend
Broer heft de eend
na de eender
naar de plaats
van tijdelijke bestemming
(ze kwamen weer ingevlogen
dit keer de langste tocht
tot dusver
maar
ze hebben het weer gered)
nu leggen ze aan
alhier
voor een achtergrond
van bomen
op een ondergrond
van grassen
langs de weg
van Rolde naar Assen -
de zon speelt ons parten
streelt met stralen
het uitzicht helder -
verkeer raast voorbij
met verwonderde ogen
net als de eenden hier
de verse omgeving absorberen
tot en met ze er deel van zijn;
ze ademen het landschap kleurrijk
ze staan de einder te belonken
ze zoeken nog plaats te vinden
ze overleggen onderling wie wat waar
en het water stroomt
het landschap verder
laat overvloedig voor ons achter
daar een bosje daar het dras
daar de zomp daar de wolken
hier de wind sprakeloos tot
die landt in deze woorden
die weer spreken van het plaats vinden
met vereende krachten;
mens machine magistraal
Ah Drentsche Aa
stroombeeld van schoonheid
langs oevers van tijd en ruimte
langs vergezichten naar hier gehaald
waar we oog in oog met de eenden
een tijdspanne ingaan aangaan in opgaan
bij water dat stroomt dat het een lieve lust is
van hier naar daar naar ErgensWaar
de eenden zien dat het goed is
alle eendjes zwemmen in het water
van nu naar later
naar overal door water gekust
door mensen bekeken door wind gestreeld
door regen gekoosd door zon gewakkerd
in een nieuwe ochtend
waarin de wereld zich vereend
- Egbert Hovenkamp II-