Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home   De woordenvanger van Stamelen

De woordenvanger van Stamelen

Geschreven op 3 juni naar aanleiding van een rit door het Stroomdallandschap Drentsche Aa.

DE WOORDENVANGER VAN STAMELEN

 

I.

 

De Woordenvanger van Stamelen

at het landschap tot coupletten

van zijn LevensLied;

hoe natuur

kunst het nakijken geeft

hoe namaak

niet aan de bomen kan tippen

hoe vogelgeluidjes

hoe wind in de, kromgebogen, eik

hoe verte niet in twee ogen past

hoe ruisend gras fluistert

van onvergeetbare verhalen

hoe dit bankje de zandweg meubileert

hoe de kikkers vertellen van levenslust

en boven-al

hoe de zon de aarde kust 

 

II.

 

Een ringslangetje kronkelt wild

over het fietspad

(even verderop:

een platgereden muisje)

glooiingen volop voor me

bosjes, dansende bosjes

links de ratel

van een specht

(geen weet van kraakverbod)

een koekoek

achter me

-net zag ik nog de bloemen-

in de verte

-jawel-

langs jakkerend verkeer

voorbijgaand aan deze rust

dit:"alles is vandaag waar

alles is morgen weer anders

je weet maar nooit"

 

III.

Dit landschap zingt me

toen, nu en later

weilanden, bomen en stromend water

gefluit, gekwetter, gekweel, gesnater

maar ook de brullende vrachtwagen

met een dolleman aan het stuur

ook gifgeur in dit, verder aangename, middaguur

 

IV.

 

Voorwaar voorwaar

een ooievaar

en

een kinderpaar

(Dag lieve beesten

op je nest)

verder wervel ik me weer

bochten, echte bochten

die me voort wijzen

 

V.

 

Dit landschap

was mijn eerste jas

-wat zeg ik-

mijn eerste luier

en nu rijd ik hier genietend

als een jong kalfje

lurkend aan moeder's uier

Maar

LET OP!

de dolgekleurde toerdefransers

pingpingen

schreeuwen me opzij, opzij

ze zien niet

ze horen niet

ze pompen slechts pedalen

naar een straks te klokken tijd

 

VI.

 

Een gouden tulp hotel

bedolven onder auto's

becamerade buiken

pingping

ik ben in de duinen

opgewaaid uit de aarde

ik zie, ik zie wat iedereen mag zien

pingping

vrouw met looplijnhond verstaat het tempo

hond met looplijnvrouw bepaalt het tempo

pingping

"Nee! ik wijk niet meer

voor uw nerveuze wielen

wacht u maar op mij

of licht uw hielen!"

 

VII.

 

Dan ben ik waar ik

zal zijn

mag zijn

kan zijn

Dan ben ik bij het water

waarin een eiland van water

Dan ben ik waar

Kopland's ogen kijken

Dan ben ik waar

de afspraak

winkelwaarts

zo terug

ik kan wachten

heb me van het asfalt bevrijd

 

(HET WEEROM)

 

I.

 

De stad

is nog verscholen

achter

loom, langzaam stromend water

lachende bomen

wuivend gras

verlegen lachend groen

 

ik voel me

nog thuis

onder deze wolken

kinderstemmen

en de geur van

pasgewassen vergezichten

 

II.

 

Op dit kruispunt

ben ik gaan zitten;

de zon

kust mijn rug

terwijl ik kijk

naar groenen

allerlei

wit er doorheen geweven

een rode brievenbus

wacht op mondvoorraad voor morgen

 

III.

 

Ik laat mijn geest omploegen

tot vruchtbare aarde voor:

"Zie, ik maak alle dingen nieuw

zie je alle nieuwe dingen

deze dag voor jou tentoongesteld?"

Ja, ik zie

mijn ogen blijven open

willen niet meer toe

want wat er is te zien

wakkert dit ogenblik

 

IV.

 

Hier kruimelt de tijd zich waan

hier spreekt ruimte zonder grenzen

de hekken die hier staan

zijn monumenten van een ingelast verleden

nu zijn ze schoonheid die ademt

met de open velden

 

Hier sta ik

huiswaarts kerend

vol van wind

vol van wagende geest

stroom leeg van onbetaalde woorden.

 

(Egbert Hovenkamp II)


Uitgelicht


Zoeken