Minister Kamp moet alternatief onderzoeken voor minder windturbines in Veenkoloniën

Gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn onderschrijven uitkomst onafhankelijke commissie

Minister Kamp wordt door de Commissie m.e.r. geadviseerd te onderzoeken of er minder windturbines in de windparken De Drentse Monden en Oostermoer moeten komen. Volgens het advies van de Commissie m.e.r. over het rijksinpassingsplan, dat zij vandaag bekend heeft gemaakt, kan dit door te kiezen voor turbines met een groter vermogen. De gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn onderschrijven deze uitkomst en gaan er van uit dat minister Kamp dit advies opvolgt.

Gemeenten staan achter uitkomst

De gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn proberen minister Kamp al enige jaren ervan te overtuigen dat een park van 150 MW te groot is, omdat dit leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Zij gaan er vanuit dat minister Kamp en de initiatiefnemers, mede vanuit het belang van de inwoners van het gebied, gevolg geven aan het advies van de Commissie m.e.r.. Daarmee kunnen volgens de gemeenten de problemen rondom LOFAR en het insluiten van woningen door windturbines aan de voor- en achterzijde grotendeels worden voorkomen.

Plan gaat niet uit van optimaal milieueffect

Voor het advies is ook gekeken naar de vele zienswijzen van inwoners die tegen het plan zijn ingediend. Naar het oordeel van de commissie levert het planMER voldoende informatie voor de onderbouwing van de locatiekeuze. Zij stelt ook vast dat er voor de inrichting van de windparken geen sprake is van een optimaal milieueffect. De commissie wijst erop dat er binnen de doelstelling van 150 MW nog ruimte is om de windparken met minder milieubelasting te realiseren. En adviseert om nader onderzoek te doen naar de toepasbaarheid van windturbines met een groter vermogen, tussen 3MW en 4,2MW.

Verplichte toetsing planMER windparken

Het ministerie van Economische Zaken stelt een rijksinpassingsplan op voor het windpark De Drentse Monden en Oostermoer. Voor de onderbouwing van dit plan moet een planMER worden opgesteld waarin de milieueffecten worden onderzocht. Het planMER moet op inhoud en kwaliteit worden getoetst door de onafhankelijke Commissie m.e.r. die daarop advies uitbrengt. De commissie beperkt zich bij haar advisering tot het beoordelen van de juistheid en volledigheid van de milieu-informatie over het plan.

Het advies van de Commissie m.e.r. is te vinden op de website van Commisie voor de milieueffectrapportage.