Direct naar hoofdmenu / zoekveld

20120125 Gerard

Column De Schakel 25 januari 2012

Natuurlijk waren we elkaar al heel wat keren tegen gekomen. Hij is een van de bekendste schrijvers van Drenthe en bovendien oud-inwoner van onze mooie gemeente. Gerard Nijenhuis. Maar het bleef in de drukte van recepties en andere feestjes vaak bij een kort gesprek. In de zomer praatten we langer, in de zonovergoten tuin van zijn prachtige boerderij in Bronneger. Al snel kwamen we op zijn verjaardag in januari. Tachtig jaar. Er was al een bundel in de maak met een selectie van zijn mooiste gedichten, tachtig dus. Aarzelend brengt hij nog een ander thema ter sprake. Zijn vader was een van mijn voorgangers: burgemeester Nijenhuis. Na de sloop van de gelijknamige school in Gieterveen herinnert niets meer aan hem. Zou het niet mogelijk zijn om….. Ik begrijp de hint.

 

Een half jaar later zitten we met ruim honderd man bij elkaar in onze raadszaal rondom de jarige Gerard. De regen klettert tegen de ramen. Er zijn beroerdere plekken om de zondagmiddag door te komen. De voorzitter van het Drentse Boek, Anne Doornbos, praat de boel in vlot Drents aan elkaar. Tussen de bedrijven door speelt ‘Gloed’, een verrassend goede band uit Nijmegen. Zij hebben een aantal gedichten van Gerard op muziek gezet. Dan presenteert de schrijver zijn bundel ‘80’. Ik ben vereerd om het eerste boek in ontvangst  te nemen.

 

In mijn dankwoord  heb ik het snel over zijn vader. Hij was burgemeester in Gieten van 1930 tot 1941 en van 1945 tot 1958. Hij begon in de jaren dertig net zo enthousiast als ik. Ik citeer uit een interview met het Nieuwsblad in 1931. Gieten telde toen 3386 zielen. De financiële positie blijkt gunstig met een beperkte schuld van f.126.000,-. “Het zal nog moeten blijken of de thans geheven belastingen met de uitkeering uit het gemeentefonds en de verdere inkomsten voldoende zullen zijn om de uitgaven te dekken.” Wat is er veranderd? Ook met de recreatie ging het al goed: “Het vreemdelingenbezoek neemt toe”, sprak burgemeester Nijenhuis blij. Maar in 1941 verging het lachen hem. De anti-Duitse speech bij de opening van de Oostermoertentoonstelling is voor de bezetter reden hem op te pakken. Ik lees de passage voor die Gerard hieraan wijdde in zijn prachtige boek: “De dag dat vader verdween”.  “Waarschijnlijk realiseerde hij zich toen opeens dat het zijn tijd zou kunnen zijn. Dat het zijn afscheid van het leven zou kunnen worden. Hij liep op moeder af en omhelsde haar. Zij voelde dat stevige lijf van hem. Hij kuste haar en zij begon te huilen. (…) Vader ging de stoep af, zo waardig alsof hij in functie was.”

 

Gerard luistert alsof hij het verhaal voor het eerst hoort. Dan haal ik hem met zoon Gerhard en drie kleindochters naar voren. Zij onthullen het bord: “Burg. Nijenhuispad”. Dat krijgt een mooi plekje bij Gieterveen. De jaartallen staan eronder: 1930-1941, 1945-1958. Dat doen we nooit. Maar nu wel. Als eerbetoon aan een illuster voorganger. En als eerbetoon bij leven aan een groot schrijver.


Uitgelicht


Zoeken